Opvolgen van de sloopwerken en afvaltransporten

 

OPVOLGEN VAN DE SLOOPWERKEN - CONTROLEBEZOEK / CONTROLEVERSLAG

 

Na de opmaak van de sloopinventaris dient de opvolging van de sloopwerken te gebeuren. De bedoeling van deze opvolging is te controleren dat de gevaarlijke afvalfracties voorafgaandelijk aan de eigenlijke sloopwerken worden afgevoerd naar een daarvoor voorziene inrichting. Daarnaast wordt gecontroleerd op een gescheiden sloop en afvoer van de verschillende niet-gevaarlijke afvalfracties zodat een hoogwaardige recyclage verkregen wordt. Na de verwijdering van de gevaarlijke afvalstoffen dienen we als deskundige een controlebezoek uit te voeren waarvan de conclusies in een controleverslag moeten opgenomen worden. Dit controleverslag dient digitaal bij Tracimat aangeleverd worden.

Wat deze opvolging precies inhoudt, in welke gevallen deze verplicht is, wie hiervoor de opdracht moet geven en welke regelgeving hierbij van toepassing is, kan u hieronder terugvinden.

 

Wat houdt de opvolging van de sloopwerken en de opmaak van een controleverslag in?

Voorafgaandelijk aan de sloopwerken wordt er door de sloper een sloopplan opgemaakt waarbij de datum van elke fase wordt vermeld, welke afvalfracties er worden gesloopt en naar welke inrichtingen deze worden afgevoerd. Wij controleren of dit voorstel voldoet aan de spelregels van de selectieve sloop en schaven het sloopplan bij waar nodig.

De eerste fase van de sloopwerken bestaat er uit om de gevaarlijke afvalstoffen te verwijderen. Wanneer de sloper aangeeft dat deze verwijderd zijn, controleren wij of deze effectief werden verwijderd en of de eventuele vereiste reinigingen werden uitgevoerd. Dit gebeurt door een controlebezoek ter plaatse en de opvraging van de transportdocumenten, verwerkingsattesten en/of reinigingsattesten. De verwijdering van de gevaarlijke afvalstoffen moet in 1 voorafgaandelijke fase uitgevoerd worden tenzij het praktisch niet mogelijk is.

Nadat de controle ter plaatse werd uitgevoerd en goed bevonden, maken wij een controleverslag op dat wordt ingediend bij Tracimat en mag de verwijdering van de niet-gevaarlijke afvalstoffen aangevat worden. De afvalstoffen kunnen nu als afval met een laag milieurisicoprofiel afgevoerd worden naar de juiste locaties. Indien gewenst blijven we hierbij toezicht houden op de selectieve sloop en afvoer. Het is niet de bedoeling om de sloopwerken permanent op te volgen maar om na te zien of de spelregels van het selectief slopen gevolgd worden.

Na de volledige afloop van de sloopwerken maken we een sloopdossier op waarin kopieën van de sloop- en asbestinventaris, de verklaring selectieve sloop, de vervoersdocumenten, verwerkingsattesten en reinigingsattesten zijn opgenomen. Dit dossier dient door de bouwheer 5 jaar bijgehouden worden en moeten ter beschikking kunnen gesteld worden aan de OVAM, de milieu-inspectie en de gemeentelijke overheid.

 

In welke gevallen is de opvolging van de sloopwerken verplicht?

De opvolging van de werken is verplicht indien u het Traceerbaarheidssysteem wenst te volgen zodat u het puin als LMRP (Laag Milieu Risico Profiel) bij de breker kan aanleveren.

 

Wie geeft de opdracht voor de opvolging van de sloopwerken?

De houder van de stedenbouwkundige vergunning voor de sloop of ontmanteling van een gebouw (bouwheer) moet zorgen dat er voldaan wordt aan de desbetreffende bepalingen uit het VLAREMA. De bouwheer geeft dus de opdracht om de sloopwerken op te volgen.

 

Welke regelgeving is hierbij van toepassing? 

De verplichting om de sloopwerken op te volgen werd opgenomen in artikel 5.2.2.1., § 4 van het VLAREA (Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer) en is van kracht sinds 1 mei 2009. Ondertussen werd dit artikel uit het VLAREA vervangen door artikel 4.3.3 van het VLAREMA (Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen).

 

Downloads

WILT U GRAAG EEN VRIJBLIJVENDE OFFERTE ONTVANGEN? KLIK HIER